Toen Johann
Friedrich Quatfass halverwege de negentiende eeuw naar Nederland
kwam moest hij helemaal opnieuw beginnen. Zonder familie, zonder grond
en misschien zonder bezit. Zoals veel migranten probeerde hij wat van zijn
cultuur te bewaren. Hij trouwde een Nederlandse dochter van wellicht een
Duitse vader (Georg Wiegand). Tenminste één kind (Johann
Georg) ging naar de Duitse school.
Na een tijdje verhuisde hij met zijn gezin vanuit Amsterdam naar de Watergraafsmeer
(toen nog een zelfstandige gemeente). Op die manier ontstond een jarenlange
band tussen een familie en een klein stukje Nederland rondom de Ringdijk.
| Ter gelegenheid
van welk feest zou deze foto zijn gemaakt? Er staat een bloemenmand op de voorgrond. Dat wijst op iets officieels. Zou het de opening van de groentenwinkel van Simon (1882) in het Betondorp zijn geweest? Of zijn 20-jarig tuindersfeest (1908-1928)? Waarschijnlijk zijn alle neven en nichten bij elkaar. Henk (1913) zit rechts, 2e van voren. In het midden met de lichte jurk zit de jongste, Leentje (1918). Zit Chris, die net zo oud is, dan links naast haar? Vóóraan links, met witte strikken, zit Corry (1916). Achter Leentje staat Simon (1909) met zijn hand aan zijn haar. Op de achterste rij, vijfde van rechts zien we Sjors (1910). De generatie op de foto (geboren tussen 1903 en 1918) is dan tussen de tien en de 25 jaar oud. Dat komt aardig overeen met de leeftijden van de mensen op de foto. |
Meer dan een eeuw bleven ze allemaal op loopafstand van elkaar
wonen aan de Ringdijk, de Schagerlaan, de Middenweg en soms in de vlakbij gelegen
nieuwbouwwijk (de Pretoriusstraat) en weer iets later het Betondorp.
Binnen die kleine cirkel werd ook getrouwd. Partners werden vrijwel uitsluitend
gekozen binnen een select groepje families. Regelmatig werkten ze ook voor
elkaar in elkaars bedrijven.
In z'n eentje moest Johann Friedrich iets opbouwen en daarmee stond hij aan
het begin van een familielijn waarin bijna iedereen een zelfstandig beroep
uitoefende (landbouwer, smid, winkelier, handelaar, fabrikant).
Tot op de dag van vandaag is het ondernemerschap van het begin nog terug te
vinden in onze familie. Het is een soort ondernemerschap dat vooral lijkt voort
te komen uit de behoefte om van niemand anders afhankelijk te zijn dan van
de eigen familie. Veel minder een ondernemerschap dat de vleugels wil uitslaan,
expanderen, snel groeien. Zeker in de eerste generaties komt groei vooral van
hard werken, spaarzaamheid en beleggen met weinig risico (huizen, grond). Daarnaast
vergrootten de eerste Quatfassen hun familiekapitaal ook regelmatig door slim
te trouwen, vaak zelfs binnen de familie.
In onze tijd zijn er veel Quatfassen die gewoon ergens in vaste dienst zijn.
Meestal werken ze dan toch in het bedrijfsleven. Maar zelden zijn ze ambtenaar,
wetenschapper of onderwijzer.
Het is bijzonder dat iedereen in Nederland die Quatfass heet afstamt van die ene Johann Friedrich. Bijzonder genoeg om een website te wijden aan de familiegeschiedenis.
Hans Quatfass (1951)